Overslaan en naar de inhoud gaan

Hector Vanhouwe

Struikelstenen in Berlare
Bezienswaardigheid,
Erfgoed

Als hulde aan Hector Vanhouwe werd op 19 oktober 2025 een struikelsteen geplaatst.

Hector Vanhouwe werd geboren op 10 maart 1923 als zoon van Jules Van Houwe en Rosina Merckx.

Zij woonden in de wijk ’t Hoeksken, in de nu genaamde straat Alfons De Grauwelaan. Hij was bevriend met zijn buurjongen Alfons De Grauwe.

10 mei 1940 Het Duitse leger valt België binnen.  Het begin van de 18-daagse veldtocht.

Berlaarse jongeren vanaf 16 jaar worden door de Belgische legerleiding opgeroepen om zich naar Ieper te begeven. Velen mochten na de capitulatie van het Belgische leger naar huis terugkeren; anderen dienden zich naar Zuid-Frankrijk te begeven. Hector Vanhouwe maakte deel uit van deze laatste groep. Het einddoel was Alès.

Het verloop van deze tocht is beschreven in de uitgave van de Heem- en Oudkundige Kring Berlare, jaargang 43, nr1 mei 2025.

Na zijn terugkeer in Berlare vindt Hector ter plaatse werk als metaal-paswerker bij de firma Gregoire.

Als sportieve jongeman was hij voor de oorlog actief als voetballer en kaatser en was hij lid van de plaatselijke ‘kajotters’.  Bij deze activiteiten was hij steeds in gezelschap van zijn vriend Alfons De Grauwe. 

Deze vriendschap vormde voor Hector de basis van zijn oorlogsverleden, met verblijf in de nazi-kampen.

Hector zet in 1987, op vraag van zijn vriend Arthur Merckx, zijn oorlogs-memories en die van zijn Berlaarse mede-politiek-gevangenen, op papier.

Voor de integrale tekst verwijzen we graag naar het artikel dat verschenen is in het tijdschrift van de Heem- en Oudkundige Kring van Berlare, 5de jaargang Nr2 - november 1987.

Eind september 1942 …. De Gestapo slaat toe te Berlare !

Na een volle week razzia’s blijken uiteindelijk 5 Berlaarse leden van de geheime verzetsbeweging, het B.V.L. – Bevrijdingsleger – aangehouden te zijn

1.  Alfons De Grauwe, politieagent

2. Emiel Hertecant, door de oorlogsomstandigheden ontslagen gemeentebediende 

3. Paul Hertecant, landmeter en broer van Emiel

4. Petrus Mys van Moerzeke, bakkersgast bij Omer Kiekens en

5. Hector Vanhouwe, mecanicien bij de firma R. Gregoire en aldaar opgepakt en naar de gevangenis van Dendermonde gebracht, waar hij verbleef van 28/09/42 tot 12/10/42

12 okt 1942 – van Dendermonde overgebracht naar de gevangenis van Gent

23 maart 1943 – vanuit Gent 3 dagen op transport naar Bochum (Ruhrgebied Duitsland)

21 mei 1943 – nachtelijk bombardement op de gevangenis van Bochum – op vrachtwagens naar een station en in beestenwagens naar het concentratiekamp Esterwegen, Duitsland en aldaar aangekomen op 28 mei 1943.

Het concentratiekamp Esterwegen maakte deel uit van de 14 kampen van ‘Die Emslandlager’ en was het allereerste concentratiekamp waar vanaf 1933 Duitse communisten voor heropvoeding werden opgesloten.   

Börgermoor- Esterwegen was ook het kamp van de ‘Moorsoldaten’ – gevangenen die turf staken in de moerasgebieden rond de kampen. Hier ontstond het befaamde lied van de kamp-gevangenen ‘De Moorsoldaten’.

Hector belandde samen met Alfons in barak V.  Paul en Petrus in barak VI . Emiel in barak II. Allen waren NN-gevangenen : Nacht und Nebel en gedoemd om te verdwijnen in de mist, in alle anonimiteit, door uitputting, door dwangarbeid, mishandeling, ontbering , ziekte …  Deze gevangenen droegen een rode driehoek op de rug met de letter ‘B’ van Belg in het midden.  Ieder kreeg ook een nummer.  Hector kreeg het nummer 305.

Menu van de dag in het kamp:

6u30 – 2 sneden brood van 10 op 15 cm en 1 cm dikte + pollepel ‘Maltzkaffee’ van gebrande eikels

Middageten – grote pollepel dunne soep van koolraap ‘Steckruben’ of wortelsoep of één keer per week vissoep, gekookt van koppen en staarten van een onbekende vissoort. Zelden ‘Netzkartoffeln’ ipv soep

Avondeten – 1 sneetje brood en kleine pollepel meel-of gruttensoep 

(ratten, muizen en katten riskeerden hun leven in het kamp)

Matrassen krioelden van de luizen. Erbarmelijke hygiënische omstandigheden, geen medicijnen, overbevolking in de barakken, uitbraken van dysenterie …de dokters en professoren onder de gevangenen werden aangesteld in het ‘Revier’ doch waren machteloos ….pas nadat ook de kampleiding aangetast werd, waren er geneesmiddelen. Alfons woog nog 39 kg ! 

De N.N.-gevangenen zaten in een aparte sectie en werden volledig afgeschermd van de andere gevangenen. Zij mochten het kamp niet verlaten en bestonden niet meer voor de buitenwereld.  De andere gevangenen waren de ‘Moorsoldaten’ die het kamp wél  verlieten om de turf te steken in de moerassen rond de kampen in het ‘Emsland’, onder toeziend oog van de kampbegeleiders. Hun lied werd echter de hymne van alle gevangenen in de kampen.

Alfons verbeterde lichtelijk en werd voldoende geschikt geacht om samen met Emiel op transport gezet te worden.  Zij moesten verschijnen voor het ‘Sondergericht’ …en werden in september 1943 veroordeeld tot de doodstraf. Wie wapens of ander tuig in zijn bezit had, riskeerde om veroordeeld te worden tot de doodstraf  … gelukkig hebben ze de granaten en het wapen dat Hector verstopt had, niet gevonden … 

Hongeroedeem, longontsteking, tuberculose en andere kwalen takelden de slachtoffers van de dysenterie verder af tot levende skeletten.  De kou in het gevangenisplunje was niet te harden …

10 nov 1943 werd Hector via Papenburg op transport gesteld, samen met 50 anderen en na 3 dagen afgeleverd in het tuchthuis van Wolfenbüttel, in Midden-Duitsland…. Niet iedereen werd geschikt bevonden voor de dienst en werden afgevoerd naar ..??

Wolfenbüttel was een tuchthuis waar terdoodveroordeelden met de guillotine werden onthoofd. Emiel en Alfons waren echter niet naar Wolfenbüttel gebracht maar naar Görden-Brandenburg, waar zij op 15 november onthoofd waren samen met een twintigtal andere vrienden uit de verzetsgroepering B.V.L.

Vanuit de cel, waar Hector 15 maanden lang was opgesloten, zagen zij honderden naar het gebouw vertrekken waar de onthoofding plaatsvond. Het oorlogsjaar 1944 duurde lang in de cellen, angst, spanning, kou, honger waren dagelijkse kost …. 6 juni 1944 bracht hoop onder de gevangenen.

Toen de Amerikanen en de Engelsen in het vroege voorjaar van 1945, Duitsland dieper binnen drongen, werden de gevangenen van Wolfenbüttel op transport gezet;  met de trein of te voet belandden zij via Maagdenburg in de gevangenis van Görden-Brandenburg, dichtbij Berlijn. Wie de dagenlange voettochten, de zogenaamde dodentochten, niet meer aankon, werd ter plaatse doodgeschoten.

De laatste weken van de oorlog bracht Hector dus door in de gevangenis van Görden- Brandenburg, waar Alfons en Emiel op 15 november 1943 onthoofd en gecremeerd waren.

Op 27 april 1945 werd Hector door de Russen bevrijd. Hij kreeg via een jonge Sovjet-officier toegang tot het gevangenisarchief. Achter de naam van Alfons en Emiel stond een nummer dat Hector noteerde en later aan het Rode Kruis doorgaf.  Het waren de nummers van de urnen waarin de as van de N.N.-gevangenen bewaard werd.

(in de loop van 1944 schaften de Nazi's het noteren en apart begraven af en werden massagraven in gebruik genomen)

Hector verbleef nadien 5 volle weken achter het ‘IJzeren Gordijn’ waar ze konden herstellen om dan de Elbe over te steken. Aan de oostelijke oever van de Elbe kwamen de overlevenden van de Duitse gruwelkampen druppelsgewijs samen.  Het waren dagen van zoeken, speuren en informatie inwinnen. 

Op die wijze kwam Hector te weten dat hun vriend, Petrus Mys rond de jaarwisseling  1944-1945 in Sonnenburg, dicht bij de Poolse grens, overleden was.  De gevangenis van Sonnenberg was een munitiefabriek en toen de Russen naderden, lieten de nazi’s de fabriek in de lucht vliegen.  Het ‘Revier’ waarin Petrus opgenomen was en die niet ontruimd was, bevond zich boven de opslagplaats van springstoffen …

Eindelijk werden de bevrijde, gewezen gevangenen gerepatrieerd en op 2 juni 1945 was Hector terug in eigen land, in Namen.  Hij stuurde onmiddellijk een telegram naar huis.

Op 3 juni 1945 werd hij in Brussel in het station begroet door Paul Hertecant, die al weken eerder door de Amerikanen uit Dachau bevrijd was.  Paul was nog niet op de hoogte van het lot van zijn broer Emiel of van Alfons.

Die officiële berichtgeving kwam pas een paar weken later …. Alle hoop op terugkeer van Alfons en Emiel werd de grond ingeslagen.

Wanneer de urnen met hun as tenslotte overgebracht waren, kregen Alfons en Emiel een begrafenis hun ideaal waardig. Zij rusten nu samen, voor eeuwig, op het ere-perk van het kerkhof in Berlare.

Bron: Danny Vanhouwe, zoon van Hector, op basis van de zelfgeschreven tekst van zijn vader voor het tijdschrift van de Heem-en Oudkundige Kring Berlare.

Hector Vanhouwe

Home