Struikelstenen in Berlare
Als hulde aan Johanna Verhoeven werd op 19 oktober 2025 een struikelsteen geplaatst.
Verzetsvrouw Johanna Verhoeven: Van hulp aan piloten tot concentratiekampen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren verzetsstrijders zelden de heldhaftige avonturiers zoals ze later vaak worden voorgesteld. Het waren meestal gewone mensen – mannen en vrouwen die de moed vonden om op te staan tegen onrecht, vaak vanuit een eenvoudig plichtsgevoel. Meer dan 160.000 Belgen sloten zich aan bij het verzet. Ruim 40.000 werden opgepakt; minstens 15.000 keerden nooit terug. Dit is het verhaal van Johanna Verhoeven, een van de weinigen die het wél overleefden.
Van Bergeijk naar Berlare
Johanna Verhoeven werd geboren op 2 oktober 1913 in het Nederlandse Bergeijk. Tijdens de oorlog was ze actief bij de "Illegale Werkers Nederland", een verzetsgroep die samenwerkte met de ontsnappingslijn "Komeet", gericht op het terugsmokkelen van neergeschoten geallieerde piloten naar veilige gebieden.
Die piloten werden via een netwerk van helpers begeleid naar Spanje en Gibraltar, om van daaruit terug te keren naar Engeland.
Johanna woonde tijdens de oorlog in Berlare, in de wijk Pompstatie (adres: Schuitje 8), samen met haar echtgenoot Antoine Van Duffel, die eveneens actief was in het verzet.
Een neergeschoten piloot en een verraden netwerk
Op de nacht van 21 op 22 juni 1943 werd een geallieerd vliegtuig neergeschoten. De piloot en zijn navigator werden gered door het verzet en bereikten enkele dagen later Berlare. Ze overnachtten bij Johanna en Antoine, die hen verder op weg hielp richting Frankrijk.
Maar op 25 juni 1943 werden de mannen opgepakt door de lokale gendarmerie. Antoine kon vluchten en zou de rest van de oorlog in Nederland doorbrengen. Johanna werd gearresteerd door de Geheime Feldgendarmerie van Lokeren, in samenwerking met de lokale politie. Samen met haar werd ook Jan van Vierbergen, een Nederlandse verzetsman, gearresteerd. Hij werd later geëxecuteerd in Duitsland.
Arrestatie, veroordeling en deportatie
Na haar arrestatie werd Johanna overgebracht naar de Kouter in Gent, waar ze acht keer werd ondervraagd door de Gestapo. In haar latere getuigenis schreef ze:
"Ik kende iedereen van de ontsnappingslijn tot in Frankrijk, maar ik heb geen enkele naam genoemd. Niemand is aangehouden."
Toch werd ze in september 1943 door een Duitse krijgsraad veroordeeld tot de doodstraf. Ze kwam terecht in het beruchte nazi-programma "Nacht und Nebel", waarbij verzetsmensen spoorloos moesten verdwijnen. Begin januari 1944 werd ze vanuit de gevangenis van Sint-Gillis (Brussel) op transport gezet naar Duitsland, samen met twaalf andere vrouwen.
Van kamp naar kamp
Via Aken, Düsseldorf, Keulen en Koblenz belandde Johanna op 14 maart 1944 in Cottbus, en later in Ravensbrück, het grootste concentratiekamp voor vrouwen in nazi-Duitsland. Daar werd ze ondergebracht in het NN-blok, speciaal voor Nacht-und-Nebel-gevangenen.
Op 2 maart 1945 werd ze opnieuw verplaatst, ditmaal naar Mauthausen, waar ze op het einde van de oorlog door het Rode Kruis werd bevrijd. Vanuit daar werd ze via Zwitserland gerepatrieerd.
Johanna was op dat moment zwaar ondervoed. Ze beschreef zelf haar toestand na de bevrijding:
"We waren zo verzwakt dat ieder van ons drie verplegers nodig had. Ik kende zelfs mijn eigen naam niet meer. Ik woog nog 27 kilo en moest beetje bij beetje opnieuw leren eten."
Terug in België
Op 1 mei 1945 keerde Johanna terug naar België. Ze kreeg het officiële statuut van politiek gevangene én van ter dood veroordeelde. Voor haar verzetswerk werd ze later onderscheiden met de titel Ridder in de Kroonorde.
Johanna Verhoeven overleed op 30 maart 2003 in Leuven, op 89-jarige leeftijd. Haar leven en getuigenis zijn een krachtig eerbetoon aan de moed van vele vrouwen die in stilte en met groot gevaar hun leven in dienst stelden van de vrijheid.
Ook Antoine Van Duffel was actief in het verzet
Johanna's echtgenoot, Antoine Van Duffel, was eveneens verzetsman en werkte actief mee aan de ontsnappingslijn. Ook hij wordt vermeld in archieven als politiek gevangene, al wist hij aan arrestatie te ontsnappen. Zijn doodsprentje wordt, net als dat van Johanna, bewaard in lokale archieven.
Getuigenis en erkenning
De details van Johanna’s verhaal werden deels gereconstrueerd aan de hand van haar eigen brieven en documenten, getuigenissen van piloten, en haar officiële erkenningen na de oorlog.
Wat overblijft is het portret van een vrouw die in stilte grootse daden stelde — en daar bijna haar leven voor gaf.
Gebaseerd op het artikel van Patrick Michiels in het tijdschrift van HOK-Berlare (mei 2025).